Reisverslagen uit een zigeunerleven
by Thea
(nl)
reisverslagen zigeunerleven
Een van onze reisverslagen uit ons zigeunerleven van de afgelopen jaren. Het is fris en al laat in de middag als we aankomen in een klein dorpje. De paarden zijn moe en verlangen, net als wij, naar een mooie plek met sappig gras. (Dat laatste voor de paarden dan uiteraard.) De laatste vijf dagen zijn zwaar geweest zowel voor de paarden die onze woonwagen moeten trekken als voor ons. Het weer is wisselend en de wegen slecht begaanbaar maar ook de hellingen van 8 tot 10 % eisen hun tol. Zoals gewoonlijk trekken we veel bekijks in de dorpen. Onze woonwagen, geschilderd in felle kleuren en de prachtige Haflingers trots in hun tuig, laat de mensen niet onberoerd. Na maanden van reizen zijn we nu in Slowakije aanbeland en ook hier zijn de mensen meestal behulpzaam en aardig.
Dit dorp is ook weer prachtig. Als een lang lint slingert de weg zich door het dorp, de huizen oud maar netjes, de tuinen smal en diep.n een mengeling van Duits, Engels en een enkel woordje Slowaaks aangevuld met veel handgebaren klamp ik een starende bewoner aan. Ik krijg duidelijk gemaakt dat wij een plaats zoeken voor een overnachting. Mijn man zit op de bok, de handen losjes om de teugel, de paarden hun achterbeen in ruststand. Deze routine kennen ze maar al te goed. De leidende merrie (ik dus) stopt en zoekt, zij kunnen straks eten, en wij gaan genieten van een verdiende rust.
Na veel gebaren (ik maak spastische slaap- en eetbewegingen) wordt duidelijk dat deze man ons niet kan helpen. Plan B gaat vandaag in werking.
Speurend langs de huizen bekijken we elk stuk tuin of er mogelijk plaats is. We zijn al bijna het hek gepasseerd als ik zie dat er een groot paard op geschilderd is. Bingo. Paarden liefhebbers helpen ons vaak of weten waar we terecht kunnen. De tuin achter het hek staat vol met allerlei werktuigen, een smal grindpad leidt naar een brede dikke deur. Ik heb nauwelijks op de bel geduwd of het huis stroomt leeg. Zes á acht mannen en jongens in zwarte broeken en witte overhemden weten niet hoe snel ze buiten moeten komen. Er wordt iets geschreeuwd wat ik niet kan verstaan maar ik hoef het ook niet te verzinnen. In no time staan er ook vijf vrouwen om ons heen. Ze zijn gekleed in leren jasjes maar ook in spijkerbroek en T-shirt. De jongste man spreekt redelijk Duits en wat we al dachten blijkt te kloppen.
Wij, reizend met woonwagen en paard hebben aangebeld bij een groot huis met daarin een grote groep zigeuners, een beetje de omgekeerde wereld.
Ze zijn dol enthousiast en willen alles van dichtbij bekijken. Zo goed en kwaad als het gaat wisselen we ervaringen uit. Plek hebben ze helaas niet maar ze wijzen wel een richting op. De groep vrouwen staat erg dicht op me en ik voel me ietwat opgelaten, zeker als een van de vrouwen mijn hand vast pakt en mijn handpalm wil lezen. Ze begint snel te spreken en naar me te wijzen. Een jonge vrouw, met prachtige zwarte haren, werpt zich op als tolk. Ik heb twee grote liefdes in mijn leven, en ik word heel rijk later.“Ze heeft nu je hand gelezen maar dan moet je haar wel iets geven.” Iets geven? Geld of zo? Nee, het hoeft geen geld te zijn als het maar iets van waarde is. Ik klim op de bok en onder grote belangstelling laat ik een mooie haarspeld zien. Ik draai de vrouw zachtjes rond en maak een mooie vlecht in haar, haar die ik vastzet met de haarspeld. Dit is niet naar tevredenheid en de vrouwen duwen nu iets meer tegen me aan. Het wordt nu wat ongemakkelijk op zijn zachts gezegd. Het lijkt ons wijzer om maar zo snel mogelijk te vertrekken.
Met veel moeite wring ik me los en spring weer op de bok. We worden uitgezwaaid en toegelachen. Ongeveer een kilometer verder halen we weer opgelucht adem. Uiteindelijk vinden we een prachtige plek aan de rivier. Met een glas wijn in de hand nemen we de dag nog eens door.
Ik weet eigenlijk nog niet wat ik ervan moet denken. Het was een ontmoeting, gekleurd door cultuurverschillen, vooroordelen en miscommunicatie. We besluiten naar bed te gaan. De ramen en deuren gaan dicht. De paarden veilig in de wei achter schrikdraad. Ons hondje in een mandje naast ons bed. De kudde is compleet en in rust. Morgen weer een bijzondere dag, nieuwe reisverslagen waarin we ’s morgens niet weten waar we ’s avonds terecht komen.